Nieuwsbrief A28/A1: project knooppunt Hoevelaken

In deze nieuwsbrief leest u over de stand van zaken en ontwikkelingen in het project A28/A1: knooppunt Hoevelaken. U ontvangt deze nieuwsbrief omdat u eerder heeft aangegeven dat u graag op de hoogte wordt gehouden van de stand van zaken en ontwikkelingen van het project. Mocht dit inmiddels niet meer van toepassing zijn, dan kunt u zich via de link 'abonneren' onderaan deze nieuwsbrief afmelden. Zie voor meer informatie over het project: www.a28a1knooppunthoevelaken.nl

Viaduct Hoevelaken: opknapbeurt gestart

Het viaduct A1/Amersfoortsestraat in Hoevelaken is toe aan een grondige opknapbeurt. Niet alleen zorgde de afgebladderde coating voor een minder fraai aanzicht, ook verroest langzaam maar zeker de bewapening van het beton. Het verwijderen van de coating was de eerste stap in het opknapproces. De volgende stap is het vertragen van de verroesting met behulp van stroomstoten. 

Oorspronkelijk maakte het opknappen van viaduct A1/Amersfoortsestraat deel uit van het project A28/A1 knooppunt Hoevelaken. Door vertraging binnen het project en de terechte wens van bewoners uit de omgeving om de loslatende coating te verwijderen, besloot Rijkswaterstaat het viaduct nu al aan te pakken. ‘Het viaduct moet nog vele jaren mee. Als we nog langer wachten, dan verslechtert het object te ver en hebben we niet lang genoeg profijt van de verbeteringen’, vertelt adviseur assetmanagement Niels Damman van Rijkswaterstaat. 

Aanpak in twee stappen 

De opknapbeurt van het viaduct gebeurt in twee fasen. De eerste fase vond begin juni plaats en betrof het verwijderen van de afgebladderde coating. Hierdoor ziet het viaduct er al mooier uit. In de tweede fase, die eind 2021/begin 2022 plaatsvindt, pakt Rijkswaterstaat de verroesting van de betonwapening aan. Dat gebeurt door het toedienen van stroomstoten, die de verroesting vertragen. Hoe deze methode werkt, kunt u hier lezen. Op deze manier beschermen we het viaduct de komende jaren goed tegen doorgaande verslechtering. 

Foto met impressie van de renovatiewerkzaamheden
© Foto met impressie van de renovatiewerkzaamheden Rijkswaterstaat

Zorgvuldig onderzoek naar archeologische bodemschatten

Vuurstenen, Romeinse waterputten of grafheuvels − ze kunnen zomaar tevoorschijn komen bij project knooppunt Hoevelaken. Voordat we met de spreekwoordelijke ‘schop’ de grond in gaan, brengen wij − net als bij alle grote infrastructuurprojecten − eerst in kaart of er archeologische vondsten in de grond zitten. Zo voorkomen we dat deze tijdens de uitvoering van de werkzaamheden beschadigd raken. Bureau BAAC voert dit archeologisch onderzoek uit en start deze zomer met de eerste fase. Deze eerste fase is het graven van ‘proefsleuven’ in het projectgebied.

Proefsleuven

Met een proefsleuf bekijken we via een klein stuk grond of er iets in de bodem zit. In het projectgebied graven we 289 proefsleuven. ‘Dat gebeurt op alle plekken waar we archeologische resten kunnen verwachten en de aannemer straks de grond in gaat’, zegt Liesbeth Grootelaar, adviseur luchtkwaliteit en archeologie bij Rijkswaterstaat. Het graven van de proefsleuven is een vervolg op het verkennend booronderzoek naar archeologische resten (2017).

Vondsten in de bodem bewaren

De kans is groot dat er historische resten aanwezig zijn. ‘In het verleden kwamen we al verschillende voorwerpen tegen, zoals vuurstenen speerpunten, Romeinse waterputten en grafheuvels uit de brons- en ijzertijd’, aldus Grootelaar. Vondsten bewaren we het liefst in de bodem. Dat biedt de beste bescherming en zorgt ervoor dat resten ook voor toekomstig onderzoek beschikbaar blijven. Op plekken waar we de weg verbreden, lukt dat niet altijd. Dan moeten we de vondsten opgraven om ze veilig te stellen. Op locaties met geplande natuurcompensatie kunnen we de projectplannen soms aanpassen, zodat we de vondsten wel in de bodem kunnen bewaren.

Aandacht voor de omgeving

Voordat we de proefsleuven graven, vragen we hiervoor toestemming aan grondeigenaren en -gebruikers en maken we afspraken over detailplanning, betreding, toegankelijkheid en oplevering van het terrein. In deze persoonlijke gesprekken houden we ook rekening met specifieke vragen van de grondeigenaren en/of -gebruikers. Die vragen kunnen bijvoorbeeld gaan over het moment van graven vanwege de gewassen die in de grond staan.

Ook houden we bij het graven rekening met flora en fauna, zoals vleermuizen, kamsalamanders en broedvogels, zodat we deze niet verstoren. Daarnaast nemen we maatregelen zodat de exotische plant de Japanse duizendknoop zich niet verder verspreidt.

Voorafgaand aan de werkzaamheden controleert de aannemer ook op mogelijke explosieven in de grond. Zo kunnen we op een veilige manier graven.

De tweede fase

We graven de proefsleuven in twee fasen. Dit doen we omdat we een deel pas kunnen uitvoeren als het Tracébesluit voor dit project onherroepelijk is. Wanneer dit gebeurt, is nog onduidelijk. We verwachten dat de eerste fase van het proefsleuvenonderzoek eind 2021 klaar is.

Foto van archeologie onderzoek, bodem biedt beste bescherming voor vondsten.
© Foto van archeologie onderzoek, bodem biedt beste bescherming voor vondsten. Rijkswaterstaat